Ik schrijf over de Jakobsweg.
Over het eind van de eerste wandeldag.
Doorweekt, gesloopt en alleen, in een pipowagen.
Over mogen ontvangen.
En ik denk aan lachen. Heel hard lachen.
Zo hard dat ik het nog hoor.
Als een stroompje in de lente,
tussen mijn zinnen door.
Sommige ontmoetingen loop je achterna.